Curriculum
- 1 sectie
- 5 lessen
- 5 weken
- Cursus 'geldigheid van het argument'Hoe men het denken verleidt en misleidt.10
- 1.1les 1 Waarom discussiëren we?20 minuten
- 1.2les 1 verwerkingsvraag inleiding10 minuten2 vragen
- 1.3les 2 Laat je niet intimideren
- 1.4les 2 verwerkingsvraag drogredenen 1 en 210 minuten2 vragen
- 1.5les 3 Wat is waar?40 minuten
- 1.6les 3 verwerkingsvraag drogredenen 3 en 410 minuten2 vragen
- 1.7les 4: Bespelen of verwarren
- 1.8les 4 verwerkingsvraag drogredenen 5 en 610 minuten2 vragen
- 1.9les 5 Tot slot een overzicht…20 minuten
- 1.10les 5 afrondende toetsing10 minuten8 vragen
les 2 Laat je niet intimideren
Wanneer stond jij voor het laatst met de ‘mond vol tanden’?
Over argumentum ad baculum en het argumentum ad hominem.
Vorige keer…
In de vorige les hebben we besproken wat drogredenen zijn en of het mogelijk is ze te vermijden in een discussie. Daarbij werd duidelijk dat het voeren van een eerlijke discussie binnen een democratie van groot belang is. Tegelijk zagen we dat mensen in discussies regelmatig proberen hun gesprekspartner of het publiek te misleiden om zo zelf als ‘winnaar’ uit de bus te komen.
Vooral de sofisten uit het oude Griekenland stonden bekend om deze benadering. Zij richtten zich sterk op de kunst van het overtuigen—de retorica—en maakten daarbij vaak gebruik van misleidende redeneringen. Om die reden worden drogredenen ook wel ‘sofismen’ genoemd.
Opnieuw het uitgangspunt…
Als vervolg op les 1 verdiepen we ons nu in de eerste twee drogredenen: het argumentum ad baculum en het argumentum ad hominem. Maar voordat we de geldigheid of relevantie van een drogreden kunnen beoordelen, is het belangrijk om eerst het uitgangspunt van een goede discussie opnieuw voor ogen te houden.
Een discussie is pas zinvol en vruchtbaar wanneer deelnemers samen zoeken naar het best mogelijke antwoord op de centrale vraag die ter sprake is. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat we leven in een democratie—een staatsvorm waarin het volk zichzelf bestuurt. Binnen zo’n systeem is het voeren van eerlijke en respectvolle discussies van groot belang.
Democratische besluitvorming vraagt immers om dialoog tussen burgers die elkaar als gelijkwaardig beschouwen en elkaars standpunten serieus nemen.
Om tot gezamenlijk gedragen beslissingen te komen, moet ieder individu de ruimte krijgen om zelfstandig en in vrijheid tot een oordeel te komen over wat het beste is om te doen. Een goed argument ondersteunt die vrijheid. Het biedt stof tot nadenken, zonder druk of manipulatie, en laat de ontvanger ruimte om tot een eigen weloverwogen mening te komen.
Argumentum ad baculum
De eerste drogreden die we nader onder de loep nemen is het argumentum ad baculum. Deze drogreden komt neer op het principe: “Als je mijn gelijk niet erkent of niet doet wat ik zeg, dan volgen er consequenties.” Anders gezegd: men probeert een bewering kracht bij te zetten door middel van een dreigement.
Het argumentum ad baculum komt in verschillende vormen voor en is het duidelijkst te herkennen wanneer er sprake is van een openlijke machtsverhouding. Denk bijvoorbeeld aan een gesprek tussen ouder en kind:
Ouder: “Je moet je huiswerk maken!”
Kind: “Waarom? Ik heb er nu geen zin in. Ik ga liever spelen.”
Ouder: “Je maakt je huiswerk, anders krijg je kamerarrest.”
Of een situatie op de werkvloer:
Werkgever: “Je moet vandaag overwerken, anders halen we de deadline niet.”
Werknemer: “Ik kan vanavond niet. Ik heb met P&O afgesproken dat ik vanwege mijn gezinssituatie niet hoef over te werken.”
Werkgever: “Af en toe overwerken hoort er nu eenmaal bij. Als je dat niet accepteert, overweeg ik om je geen vast contract te geven.”
In beide gevallen zien we duidelijk hoe één van de gesprekspartners zijn machtspositie inzet om de ander te dwingen in te stemmen, in plaats van inhoudelijk te overtuigen.
Moeilijker wordt het wanneer de dreiging subtieler is of afkomstig lijkt van een derde partij. Dit komt regelmatig voor in politieke debatten. Daarin wordt vaak verwezen naar dreigende ontwikkelingen of groepen die een gevaar zouden vormen—bijvoorbeeld op het gebied van migratie, milieu of economie. Politici zeggen dan bijvoorbeeld: “Als we dit beleid niet doorvoeren, dan raken we straks onze welvaart kwijt,” of: “Als we deze groep mensen toelaten, brengen we onze veiligheid in gevaar.”
Politiek draait om het maken van keuzes voor de toekomst. Maar die toekomst is per definitie onzeker. We weten niet precies hoe de arbeidsmarkt zich ontwikkelt, hoe we onze energievoorziening zullen organiseren of welke geopolitieke spanningen ons te wachten staan. Op basis van ervaringen en trends proberen we vooruit te kijken, maar volledige zekerheid bestaat niet. Juist door die onzekerheid zoeken politici vaak naar manieren om hun boodschap kracht bij te zetten—en daarbij wordt regelmatig gebruikgemaakt van dreigementen of rampscenario’s.
Denk aan discussies over klimaatbeleid, migratie, of financiële steun aan landen als Griekenland, Spanje, Italië en Ierland tijdens de eurocrisis. Natuurlijk is het legitiem om rekening te houden met risico’s bij het vormgeven van beleid. Maar in een eerlijk, rationeel debat zou niet angst, maar redelijkheid leidend moeten zijn. Het argumentum ad baculum ondermijnt dit: dreigementen—openlijk of subtiel verpakt als waarschuwing—roepen angst op. En angst vertroebelt het vermogen om helder na te denken.
Deze drogreden is dan ook te herkennen aan het gebruik van dreiging of macht door discussiepartner A, die daarmee een angstreactie probeert op te roepen bij discussiepartner B—hetzij door te verwijzen naar zijn eigen macht, hetzij naar de (vermeende) macht van een externe partij.
Voorbeeld argumentum ad baculum: botsing Trump, Vance en Zelensky in White House. Je herkent het aan rechtstreekse intimidatie of andere pogingen om een gevoel van dreiging op te roepen.
Argumentum ad hominem
Een tweede veelvoorkomende drogreden is het argumentum ad hominem. Bij deze discussiewijze probeert iemand zijn standpunt kracht bij te zetten door niet inhoudelijk te reageren op de tegenstander, maar door die persoon persoonlijk aan te vallen—bijvoorbeeld op diens fouten, uiterlijk, gedrag of achtergrond. In spreektaal noemen we dit ook wel: “spelen op de man in plaats van op de bal.”
Het doel van deze strategie is vaak om de ander belachelijk te maken of in diskrediet te brengen. Daarmee wordt echter afgeweken van een fundamenteel uitgangspunt van een eerlijke discussie: wederzijds respect en de erkenning van elkaars gelijkwaardigheid als gesprekspartner.
In de praktijk zien we dat dit soort persoonlijke aanvallen zich kan richten op zaken die niets met het onderwerp van de discussie te maken hebben, zoals leeftijd, geslacht, religie, afkomst, taalgebruik of uiterlijk. Veel van deze opmerkingen raken bovendien aan verboden vormen van discriminatie, zoals vastgelegd in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet.
Soms worden dergelijke aanvallen verpakt als zogenaamd onschuldige grapjes, zoals: “vrouwen kunnen niet autorijden” of “mannen kunnen niet multitasken.” Schadelijker wordt het wanneer iemand met een beperkte taalvaardigheid of bijzondere verschijning niet serieus wordt genomen—niet vanwege de inhoud van zijn of haar argumenten, maar vanwege de manier van presenteren.
Een argumentum ad hominem is dan ook vaak te herkennen aan het ongemakkelijke gevoel dat je als gesprekspartner niet wordt beoordeeld op wat je zegt, maar op hoe je eruit ziet of wie je bent. En dat staat haaks op het ideaal van een open, eerlijke en vruchtbare dialoog.
Voorbeeld argumentum ad hominem: vraag van journalist waarom Zelensky geen pak draagt op bezoek in het White House
Rutte en Wilders over ‘PVV als een vrouw die niet bemind wil worden’. Soms krijg je met een argumentum ad hominem ook de lachers op je hand. De kunst is dan dat je de ander van repliek kunt dienen.
Ook bij deze les 2 krijg je een twee korte herinneringsvragen
In les 3 staan we stil bij de derde en vierde van de zes drogredenen die in deze cursus aan bod komen.
Tip: Schrijf voor jezelf eens 3 situaties op waarin jij een argumentum ad baculum of een argument ad hominem hebt ingezet.

