les 3 Wat is waar?
Is de wetenschap volgens jou altijd even betrouwbaar? Geeft een onderzoek altijd afdoende antwoord op de gestelde vraag?
Over Argumentum ad ignorantiam en Argumentum ad verecundiam
Vorige keer…
In de vorige les hebben we ons opnieuw herinnerd hoe belangrijk een zinvolle en vruchtbare discussie is. Dat gelijkwaardigheid en wederzijds respect daarvoor voorwaarden zijn. Vervolgens hebben we gezien hoe we de gelijkwaardigheid en het wederzijds respect geweld aan kunnen doen via de twee drogredenen argumentum ad baculum en argumentum ad hominem.
Politiek en wetenschap
We gaan ons nu verdiepen in twee andere bekende drogredenen: het argumentum ad ignorantiam en het argumentum ad verecundiam. Beide drogredenen komen regelmatig voor, zowel in de wetenschappelijke wereld als in de politiek—vooral wanneer politieke beslissingen worden onderbouwd met een beroep op wetenschappelijk gezag.
Een politicus streeft ernaar om, samen met collega’s, weloverwogen beslissingen te nemen. Daarvoor is brede kennis en deskundigheid nodig op uiteenlopende terreinen. In de praktijk is het echter onmogelijk voor één individu om overal expert in te zijn. Daarom laten politici zich ondersteunen door wetenschappers en adviesorganen, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) of de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO).
De manier waarop wetenschappers onderzoek doen en hun expertise inzetten, is van groot belang voor het goed functioneren van een politieke democratie. Toch nemen politici én burgers vaak het oordeel van wetenschappers vrijwel automatisch over, simpelweg omdat het als ‘wetenschappelijk’ wordt gepresenteerd—en daarmee als objectief en onbetwistbaar.
Juist daarom is het belangrijk om alert te zijn op drogredenen als het argumentum ad ignorantiam (een beroep op onwetendheid) en het argumentum ad verecundiam (een beroep op autoriteit). Door deze drogredenen te herkennen, kunnen we ze kritisch beoordelen en voorkomen dat ze ons denken en onze besluitvorming ongezien beïnvloeden.
Argumentum ad ignorantiam
Het eerste argument dat we in deze derde les behandelen—en daarmee het derde in de hele serie—is het argumentum ad ignorantiam, oftewel het argument uit onwetendheid. Deze drogreden dankt haar kracht aan het feit dat de toehoorder, vanwege gebrek aan kennis, niet in staat is de redenering als onjuist te ontmaskeren.
We denken hierbij al snel aan wetenschapsfraude. In een overzichtsartikel van de NOS uit 2013 worden diverse wetenschappers genoemd die zich schuldig hebben gemaakt aan het vervalsen van onderzoeksresultaten. Denk aan M. Bax (oud-hoogleraar aan de Vrije Universiteit), D. Stapel (Universiteit van Tilburg), D. Poldermans, D. Smeesters (Erasmus Universiteit Rotterdam), en enkele anoniem gebleven onderzoekers uit Maastricht en Leiden. Deze voorbeelden laten zien hoe zelfs hoog aangeschreven deskundigen feiten kunnen manipuleren of verdraaien op een manier die voor leken moeilijk te doorzien is.
Maar we hoeven niet alleen te denken aan opzettelijke fraude. Ook eerlijke, betrokken wetenschappers kunnen ons – vaak zonder kwade bedoelingen – meeslepen in hun overtuiging of voorspellingen over de toekomst. Soms komen zij er later zelf achter dat hun theorie gebaseerd was op onjuiste aannames. De wetenschap is immers voortdurend in ontwikkeling. Zo leerden we in de loop der geschiedenis dat de aarde niet plat is maar rond, dat niet de zon om de aarde draait maar andersom, en dat bergen ontstaan door het verschuiven van aardplaten in plaats van door rimpels in een krimpende aardkorst.
Voor de gemiddelde burger is het vrijwel onmogelijk om een wetenschappelijk onderbouwd standpunt te weerleggen of inhoudelijk tegenwicht te bieden. Misschien hoeft dat ook niet altijd—we moeten immers kunnen vertrouwen op de integriteit en deskundigheid van wetenschappers. Toch is het van belang om ons bewust te zijn van de grenzen van wetenschappelijke kennis. Zelfs op basis van zorgvuldig onderzoek kunnen voorspellingen over de toekomst onzeker blijven.
Kortom, ook al kunnen we terugvallen op de inzichten van experts, we blijven zelf verantwoordelijk voor ons oordeel en onze keuzes. Juist daarom is het belangrijk dat we alert zijn op drogredenen zoals het argumentum ad ignorantiam, zodat we niet blind afgaan op wat als ‘onweerlegbaar’ wordt gepresenteerd, maar kritisch blijven nadenken.
Argumentum ad verecundiam
Vanuit het besef van onze eigen verantwoordelijkheid is de volgende drogreden vaak iets makkelijker te herkennen: het argumentum ad verecundiam, oftewel het beroep op (eigen of andermans) autoriteit. Deze drogreden doet zich voor wanneer iemand zijn standpunt probeert te onderbouwen door simpelweg te verwijzen naar een autoriteit, zonder zelf inhoudelijke argumenten aan te dragen.
Hoe vaak horen we niet uitspraken als: “Uit onderzoek blijkt dat…” of “De ervaring leert dat…” Het klinkt overtuigend, maar wie is de bron? En hoe betrouwbaar is die? Het wordt problematisch wanneer iemand zich beroept op een autoriteit die niet zorgvuldig met feiten omgaat, of wanneer een spreker de wetenschappelijke status van een bron gebruikt om een standpunt te legitimeren dat eigenlijk onvoldoende onderbouwd is.
Deze drogreden komt vaak voor in politieke contexten, bijvoorbeeld wanneer politici of woordvoerders hun standpunt kracht willen bijzetten zonder dat zij zelf over diepgaande kennis van het onderwerp beschikken. Ze verschuilen zich dan achter deskundigen om hun boodschap overtuigender te laten klinken.
Een concreet voorbeeld vinden we in de discussie over schaliegasboringen in de gemeente Eindhoven. Daar wordt door voorstanders gesteld dat er proefboringen gedaan kunnen worden zonder schade aan het millieu, en wordt er verwezen naar ‘deskundigen’ die stellen dat er 35 tot 80 miljard aan schaliegas in de bodem zit. In het voorbeeld krijg je een waarschuwing naar mogelijke toekomstige dreiging, dus een argumentum ad baculum erbij cadeau.
Tip: we hebben nu in totaal vier drogredenen gehad. Zet ze alle vier nog eens voor jezelf op een rij, door de naam van de drogreden en de betekenis ervan voor jezelf op te schrijven.
In de volgende les, les 4, staan we stil bij de laatste twee van de zes drogredenen die in deze cursus aan bod komen.
Ook bij les 3 zijn er weer twee korte herinneringsvragen.

