les 4: Bespelen of verwarren
Wie bewonder jij in het politieke debat van Nederland en waarom?
Over het argumentum ad populum en ignoratio elenchi
Vorige keer…
In de vorige les hebben we gezien hoe belangrijk wetenschappelijk onderzoek is voor het vellen van de juiste politieke beslissing. We hebben eveneens gezien dat wetenschappelijk onderzoek niet altijd garant staat voor waarheid en dat dit voor de leek niet altijd even gemakkelijk is om het dan te ontkrachten (argumentum ad ignorantiam). We hebben eveneens gezien dat het vertroebelend kan werken als men verwijst naar zogenaamde deskundigen zonder dat de wetenschappelijke feiten daarmee helder op tafel komen (argumentum ad verecundiam).
Herinnering opfrissen…
We gaan nu de laatste twee van de zes drogredenen behandelen die in deze cursus aan bod komen: het argumentum ad populum en de ignoratio elenchi. Ook deze drogredenen duiken regelmatig op—ze komen voor in vrijwel elk debat over vrijwel elk onderwerp.
Laten we om te beginnen ons uitgangspunt nog eens in herinnering brengen: in een democratie is het voeren van zinvolle en vruchtbare discussies van essentieel belang. Samenspraak is immers hét instrument waarmee een volk zichzelf bestuurt. Het doel van een discussie is dan ook niet om te bepalen wie de sterkste is, maar om gezamenlijk te zoeken naar het best mogelijke antwoord op de centrale vraag die ter sprake komt.
Een fundamentele voorwaarde voor zo’n discussie is dat alle deelnemers elkaar als gelijkwaardig beschouwen en elkaar met respect bejegenen. Alleen dan kan ieder individu in vrijheid tot een zelfstandig en weloverwogen oordeel komen over wat het beste is om te doen.
Nu kun je je misschien voorstellen dat, wanneer dreigementen geen effect hebben (argumentum ad baculum), wanneer het belachelijk maken van je tegenstander niet aanslaat (argumentum ad hominem), wanneer onwetendheid geen ingang biedt (argumentum ad ignorantiam), en ook een beroep op vermeende autoriteit niet overtuigt (argumentum ad verecundiam), je als spreker andere middelen moet aanwenden om je punt kracht bij te zetten.
Eén van die middelen is inspelen op de gevoelens of gevoeligheden van je gesprekspartner of publiek. En als ook dat niet het gewenste effect sorteert, blijft er altijd nog de strategie over om verwarring te zaaien—door bijvoorbeeld vaag te blijven of opzettelijk ingewikkeld te doen, zodat de ander je redenering niet meer goed kan volgen.
Argumentum ad populum
Het eerste argument dat we in dit verband bespreken is het argumentum ad populum. Deze drogreden houdt in dat iemand zijn standpunt probeert te rechtvaardigen door in te spelen op groepsgevoelens, nationale trots of algemeen gedeelde emoties.
Waar liggen onze gevoeligheden? Vaak bij zaken die ons diep raken: de wens dat het onze kinderen en kleinkinderen goed zal gaan, de zorg om onze (volks)gezondheid, en het verlangen naar economische en sociale stabiliteit—kortom, zekerheid van welvaart en welzijn. Argumenten die hierop inspelen horen we dan ook voortdurend terug in politieke debatten.
Dit komt vaak tot uiting in pakkende oneliners, bijvoorbeeld op de websites van politieke partijen. Neem de PvdA met uitspraken als: “De PvdA staat voor een sterker en socialer Nederland” of “Voor al deze kinderen betekent dit meer kansen voor de toekomst.” Zulke uitspraken appelleren direct aan onze diepgewortelde wensen en zorgen.
Natuurlijk is het op zich legitiem om te verwijzen naar onze behoefte aan veiligheid, geluk en een goede toekomst voor volgende generaties. Maar deze gevoelens kunnen ook bewust worden gemobiliseerd om steun te krijgen voor een standpunt, zonder dat het onderliggende argument werkelijk inhoudelijk sterk is.
Een andere manier om ons gevoel aan te spreken is via humor. Ook dit kunnen we zien in politieke toespraken. Vaak wordt deze manier van politiek debat voeren gewaardeerd. Voorbeelden hiervan zijn terug te vinden in betogen van Femke Halsema en Kees van der Staaij in de Tweede Kamer.
Ignoratio elenchi
En als men niet op serieuze wijze of humoristische wijze zijn toehoorders kan winnen voor het eigen standpunt, dan kunnen we er altijd nog toe overgaan verwarring te zaaien en mist te creëren door antwoorden te geven die betrekking hebben op iets anders dan waar we vragen over gesteld krijgen. Deze drogreden heet het Ignoratio elenchi. Een voorbeeld hiervan zie je in het onderstaande politieke betoog van Mark Rutte in zijn reactie op de vraag naar staatssecretarissen met twee paspoorten.
Tip: Probeer in een discussie niet boos te worden maar je irritatie om te zetten in humor. Dit ontspant en geeft je daardoor in je hoofd meer ruimte om je eigen tegenargument te vinden.
Ook bij deze les zijn er opnieuw de twee herinneringsvragen.
In onze volgende en laatste les 5 laat ik alles nog eens de revue passeren en benoem de belangrijkste punten.

